deidee / begrippen

adaptief
Iets dat is aangepast voor een bepaalde omstandigheid. In ons geval betekent dit doorgaans een webpagina of -applicatie die is toegespitst op verschillende media waarop het wordt gebruikt. Dit is net iets anders dan responsief.
ampersand
Een ligatuur van de letters e en t. Samen vormen zij het Latijnse woord et, dat en betekent. Een ampersand (&, &) wordt dan ook wel en-teken of et-teken genoemd.
backend
De interne logica van een (web)applicatie. Deze bestaat voornamelijk uit programmeercode en api’s en is per definitie níét zichtbaar voor de gebruiker. Veel mensen (ook programmeurs) noemen een beheeromgeving van een (web)applicatie ook vaak backend, maar technisch gezien is dat eigenlijk juist een frontend dus dat werkt nogal verwarrend.
cache
Een opslagplaats waarin data tijdelijk wordt vastgehouden zodat computerprogramma’s er sneller bij kunnen. Als wij het over cache hebben gaat het meestal over cache van de webbrowser van de bezoeker van een website/-applicatie óf over cache die onze applicaties op de server vasthouden.
corps
De grootte van een letter (en daarom ook wel lettergrootte genoemd). Voor digitale media wordt deze uitgedrukt in pixels en voor print- en drukwerk in typografische punten.
emoji
De ideogrammen of emoticons die worden gebruikt in (oorspronkelijk alleen Japanse) elektronische berichten en webpagina’s. Zie ook demoji.
frontend
Met frontend bedoelen wij de gebruikersomgeving van een (web)applicatie. Dit kan bijvoorbeeld een website zijn zoals deze door bezoekers wordt gezien, maar ook de interface van een cms waarmee de website wordt beheerd is een frontend. Het tegenovergestelde hiervan is de backend.
gamificatie
(Engels: gamification.) Het aanwenden van spelprincipes en speeltechnieken in een niet-spelcontext om menselijk gedrag op een positieve wijze te sturen.
git
Het versiebeheer­systeem dat wij gebruiken voor broncodemanagement. Hierdoor kunnen wij altijd precies nagaan wat, wanneer door wie is gewijzigd en kunnen wij eenvoudig wijzigingen samenvoegen of terugdraaien.
hoerenjong
De typografische benaming voor als de laatste regel van een alinea bovenaan een pagina of kolom staat. (Dit staat niet zo mooi en wordt daarom zoveel mogelijk vermeden.)
interrobang
Een zeldzaam leesteken dat is bedoeld om een uitroepende vraag te duiden. De vorm is een ligatuur van een uitroepteken en een vraagteken (‽).
kapitaal
Met kapitaal bedoelen wij meestal typografische bovenkast. Oftewel, wat in de volksmond een hoofdletter wordt genoemd. Het tegenovergestelde hiervan is onderkast.
ligatuur
Een teken dat gevormd is door twee of meer lettervormen in één vorm te schrijven of te drukken. Een bekend voorbeeld is de ampersand. Een meer stylistisch voorbeeld is de fi-ligatuur waarbij de punt van de i opgaat in het flapje van de f.
onderkast
De typografische aanduiding voor de kleine letters van het Latijnse schrift (zoals a en b). Dit in contrast met de kapitalen (zoals A en B).
responsief
Als wij het hebben over responsief (Engels: responsive), dan bedoelen wij een ontwerp (meestal van een website) waarvan de opmaak afhankelijk is van de resolutie waarop het wordt bekeken. Met deze manier van werken kunnen wij ervoor zorgen dat iets goed oogt en leesbaar is op een breed scala van apparaten (van desktop­computers tot mobiele telefoons of zelfs horloges) zonder verschillende versies aan te hoeven bieden.
schreef
Een schreef (Engels: serif) is een uitsteeksel dat bepaalde lettertypes op voornamelijk de stokken en staarten van letters hebben. Voorbeelden van lettertypes met schreef zijn Times New Roman, Lexicon en Georgia. Lettertypes die dit níét hebben noemen we schreefloos.
schreefloos
Een schreefloos (Engels: sans serif) lettertype wordt gekenmerkt door het gebrek aan schreven op de letters. Voorbeelden van schreefloze lettertypes zijn Helvetica, Calibri en Verdana.
stylesheet
Een stylesheet (of stijlblad) beschrijft de presentatie van een digitaal document, zoals bijvoorbeeld een webpagina. Je kunt hierbij vooral denken aan zaken als kleuren, posities en lettertypes, maar bijvoorbeeld ook aan hoe iets moet worden uitgesproken. Technologiën die wij hiervoor gebruiken zijn css, sass, xslt en xls-fo.
webbrowser
Een webbrowser (soms afgekort tot browser) is een computerprogramma waarmee webpagina’s kunnen worden bezocht. Populaire webbrowsers zijn Google Chrome, Mozilla Firefox, Safari en Internet Explorer.