deidee / begrippen

A

adaptief
Iets dat is aangepast voor een bepaalde omstandigheid. In ons geval betekent dit doorgaans een webpagina of -applicatie die is toegespitst op verschillende media waarop het wordt gebruikt. Dit is net iets anders dan responsief.
algoritme
Een reeks instructies die vanuit een begintoestand naar een beoogd doel leidt. Dit is een beschrijving van een oplossing van een probleem; vergelijkbaar met een recept. Een computerprogramma is een implementatie van een algoritme.
ambigram
Een schrift dat op verschillende manieren kan worden gelezen. Via bijvoorbeeld rotatiesymmetrie of spiegelsymmetrie kan dezelfde of juist een andere tekst te zien zijn.
ampersand
Een ligatuur van de letters e en t. Samen vormen zij het Latijnse woord et, dat en betekent. Een ampersand (&, &) wordt dan ook wel en-teken of et-teken genoemd.
apenstaartje
Een symbolische afkorting van het Engelse at (en dat is ook hoe we het uitspreken). Oorspronkelijk gebruikt voor rekeningen, maar tegenwoordig vooral bekend van e-mailadressen (bijvoorbeeld jan.jansen@jeidee.nl) en het taggen van profielen (bijvoorbeeld @twitter).
auteursrecht
Zie deidee van auteursrecht.
automagisch
Een geautomatiseerd proces dat niet eenvoudig te doorgronden is en waardoor de uitkomst soms magisch lijkt. (Een porte-manteau van automatisch en magisch.)

B

backend
De interne logica van een (web)applicatie. Deze bestaat voornamelijk uit programmeercode en api’s en is per definitie níét zichtbaar voor de gebruiker. Veel mensen (ook programmeurs) noemen een beheeromgeving van een (web)applicatie ook vaak backend, maar technisch gezien is dat eigenlijk juist een frontend dus dat werkt nogal verwarrend.
basislijn
Engels: baseline. De denkbeeldige lijn waar letters als het ware op zitten en van waar andere eenheden — zoals de x-hoogte — worden gemeten.
beletselteken
Engels: ellipsis. Een leesteken dat bestaat uit drie horizontale punten (…) en wordt gebruikt bij het weglaten van een of meerdere woorden (een ellips). Wordt ook wel horizontaal weglatingsteken, doorlooppuntjes, gedachtepuntjes, of puntjepuntjepuntje genoemd.
bézierkromme
Engels: bézier curve. Een type parametrische kromme die veel in letterontwerpen en andere computergraphics wordt gebruikt.
broodtekst
Het deel van een stuk teskst dat wordt gevormd door aaneengesloten proza. Dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld koppen, streamers en onderschriften.
broncode
Engels: source code. De leesbare tekst die door een programmeur voor een computerprogramma is geschreven in een programmeertaal. Dit in tegenstelling tot de uitvoerbare code (ook wel doelcode genoemd) zoals die door een compiler of interpreter gegenereerd wordt.

C

cache
Een opslagplaats waarin data tijdelijk wordt vastgehouden zodat computer­programma’s er sneller bij kunnen. Als wij het over cache hebben gaat het meestal over cache van de webbrowser van de bezoeker van een website/-applicatie óf over cache die onze applicaties op de server vasthouden.
contentmanagement­systeem
Engels: content management system. Een (web)applicatie waarmee zonder al te veel technische kennis documenten kunnen worden beheerd.
corps
De grootte van een letter (en daarom ook wel lettergrootte genoemd). Voor digitale media wordt deze uitgedrukt in pixels en voor print- en drukwerk in typografische punten.
cursief
Engels: italic. Een schuingedrukte variant van een lettertype. Cursieve lettervormen zijn in de regel gebaseerd op één beweging van de pen en heeft daarom geen schreven, zelfs als de letterfamilie een schreefletter betreft. Als een schuine letter toch schreefjes bevat is er sprake van een obliek.

D

databasemanagement­systeem
Een systeem dat als database opgeslagen gegevens ontsluit, bewaakt en beheert. In ons geval is dat meestal MariaDB of MySQL.
deuteranomalie
De meestvoorkomende vorm van kleurenblindheid. Hierbij is men minder gevoelig voor groen, waardoor het verschil met rood, maar vooral met geel kleiner wordt.
digraaf
Een combinatie van letters die samen als één klank worden uitgesproken. Voorbeelden die in het Nederlands voorkomen zijn ng en ij.
domeinnaam
Zie deidee van domeinnamen.

E

egyptienne
Engels: slab serif. Een letterfamilie met een laag contrast, maar wel met schreef, waardoor de schreven ongeveer zo dik zijn als de stam. Denk bijvoorbeeld aan chocoladeletters.
ellips
Een weglating van een of meerdere woorden, soms met een beletselteken er voor in de plaats.
em
Een typografische eenheid die gelijk is aan de gekozen corpsgrootte van een letter. Dus bij een corps van 11 punten is 1 em gelijk aan 11 punten.
email
Een glasachtige laag waarmee metalen, glazen en stenen voorwerpen versierd kunnen worden. (Niet te verwarren met e‑mail, waarmee electronic mail wordt bedoeld.)
emoji
De ideogrammen of emoticons die worden gebruikt in (oorspronkelijk alleen Japanse) elektronische berichten en webpagina’s, zoals 😀, 👍 en 🐐.
emoticon
De weergave van een emotie door middel van een afbeelding of een combinatie van letters en/of leestekens. Het bekendste voorbeeld is wellicht de smiley. :)
en
Een typografische eenheid die de helft is van 1 em. Dus bij een corps van 16 pixels is 1 en gelijk aan 8 pixels.

F

frontend
Met frontend bedoelen wij de gebruikersomgeving van een (web)applicatie. Dit kan bijvoorbeeld een website zijn zoals deze door bezoekers wordt gezien, maar ook de interface van een cms waarmee de website wordt beheerd is een frontend. Het tegenovergestelde hiervan is de backend.

G

gamificatie
(Engels: gamification.) Het aanwenden van spelprincipes en speeltechnieken in een niet-spelcontext om menselijk gedrag op een positieve wijze te sturen.
gigabyte
Duizend megabyte, oftewel 109 bytes.
git
Het versiebeheer­systeem dat wij gebruiken voor broncodemanagement. Hierdoor kunnen wij altijd precies nagaan wat, wanneer door wie is gewijzigd en kunnen wij eenvoudig wijzigingen samenvoegen of terugdraaien.
gyroscoop
Een rotatiesymmetrische massa die om zijn as kan draaien (oftewel een tol). Wordt in bepaalde moderne mobiele apparaten gebruikt om preciezer bewegingen te kunnen waarnemen.

H

hardware
Alle fysieke componenten die in informatie­technologie een rol spelen, zoals bijvoorbeeld een processor of een beeldscherm.
hexadecimaal
Het zestientallig stelsel. Hierin telt men niet alleen van 0 tot 9, maar daana ook van A tot F. (F is hier dus 15.) Dit wordt veel gebruikt in informatie­technologie omdat het goed aansluit op het binaire stelsel. (24 = 16.)
hoerenjong
De typografische benaming voor als de laatste regel van een alinea bovenaan een pagina of kolom staat. (Dit staat niet zo mooi en wordt daarom zoveel mogelijk vermeden.)
huisstijl
Een set regels die de identeit van een merk beschrijven. Dit gaat voornamelijk om visuele aspecten zoals het gebruikt van kleur en typografie, maar kan ook zeker andere aspecten beschrijven als deze belangrijk zijn.
huisstijl­handboek
Een gedrukte en/of digitale publicatie waarin de huisstijl van een merk staat uitgeschreven, voorzien van voorbeelden van uitingen.

I

interlinie
Witruimte die tussen tekstregels wordt gevoegd om de leesbaarheid te verbeteren. Opgeteld bij de corpsgrootte maakt dit het regeltransport.
internationalisatie
Engels: internationalization. Bij het ontwerpen en ontwikkelen van een product, applicatie of document rekening houden met het kunnen lokaliseren voor verschillende doelgroepen.
interrobang
Een zeldzaam leesteken dat is bedoeld om een uitroepende vraag te duiden. De vorm is een ligatuur van een uitroepteken en een vraagteken (‽).

K

kapitaal
Met kapitaal bedoelen wij meestal typografische bovenkast. Oftewel, wat in de volksmond een hoofdletter wordt genoemd. Het tegenovergestelde hiervan is onderkast.
kapitaalhoogte
De hoogte van kapitale letters in een lettertype. Er wordt hierbij doorgaans uitgegaan van letters die aan de bovenkant vlak zijn (zoals de H en de T), omdat letters met rondingen (zoals de O) of punten (zoals de A) vaak iets doorlopen als gevolg van optische correcties.
kilobyte
Duizend bytes.
kleinkapitaal
Een kleine versie van de kapitalen in een lettertype. Vaak is de hoogte van kleinkapitalen gelijk aan de x-hoogte. Dit is niet hetzelfde als kapitalen in een kleiner corps: echte kleinkapitalen zijn gecorrigeerd op gewicht en contrast.
kleurengradiënt
Engels: color gradient. Vaak kortweg gradiënt genoemd; twee of meer kleuren die in elkaar overlopen. Dit gebeurt meestal lineair of circulair, maar het kan ook met complexere vormen. Zie Random Gradients voor voorbeelden.
kopij
Content (meestal tekst, maar soms ook afbeeldingen) die moet worden aangeleverd voor drukwerk of voor plaatsing op een website. Aangezien wij over het algemeen geen content leveren ligt de verantwoordelijkheid hiervoor bij de opdrachtgever of bij een extern tekstbureau.

L

ligatuur
Een teken dat gevormd is door twee of meer lettervormen in één vorm te schrijven of te drukken. Een bekend voorbeeld is de ampersand. Een meer stylistisch voorbeeld is de fi-ligatuur waarbij de punt van de i opgaat in het flapje van de f.
lokalisatie
Engels: localization. Het toespitsen van een product, applicatie of document op een bepaalde doelgroep. Dit gebeurt vaak op basis van cultuur, religie of taal.

M

machinetaal
Een taal waarin instructies worden geschreven die direct door de processor van een computer kunnen worden gelezen. Wordt vaak als hexadecimalen of ascii weergegeven, maar bestaat uiteindelijk uit bits (nullen en enen).
magenta
Een extraspectrale kleur die — afhankelijk van de lichtsterkte — roze dan wel roodachtig paars lijkt. Het is een van de primaire kleuren in het subtractieve kleursysteem en de m in cmyk. Niet te verwarren met het e-commerce-platform Magento.
mediëvalcijfer
Ook wel uithangende cijfers genoemd, zijn cijfers die qua vorm en positie meer meegaan met normale tekst dan tabelcijfers. Zo hebben de 0, 1 en 2 vaak de x-hoogte van het lettertype, gaan de 3, 4, 5, 7 en 9 vaak door de basislijn heen (zoals de staart van de letter j) en steken de 6 en de 8 vaak iets uit, vergelijkbaar met de stok van de letter b.
megabyte
Duizend kilobyte, oftewel 106 bytes.
metadata
Data met betrekking tot data. In het geval van een webpagina gaat het dan bijvoorbeeld vaak om een beschrijving, de auteur, de taal, etc. Vooral voor robots (zoals zoekmachines) kan metadata van belang zijn om informatie in een context te plaatsen.
metadata­profiel
Hierin ligt vastgelegd welke metadata er wordt beschreven. Bij ons wordt meestal een xmdp (xhtml Meta Data Profile) bedoeld.
microdata
Een uitbreiding op html waarmee metadata expliciet aan webpagina’s kan worden toegevoegd. Waar microformats bestaande attributen gebruikt introduceert microdata juist nieuwe attributen, zoals itemscope en itemtype.
microformat
Metadata die html semantisch verrijkt via de attributen class en rel. Een microformat wordt beschreven met een metadataprofiel.
mimesis
Nabootsing van de werkelijkheid, die een nieuwe werkelijkheid kan creëren.
monogram
Een symbool dat is opgebouwd uit twee of meerdere letters en/of andere grafische symbolen dat als herkenningsteken kan fungeren.

N

neologisme
Een taalelement dat nieuw is in een taal en nog geen gemeengoed is. Deze ontstaan vaak uit culturele of technische ontwikkelingen.
nous
Oudgriekse term voor geest of intellect. Wordt in een filosofische context gezien als de hoogste vorm van denken — een bijna goddelijke ingeving — waarbij waarheid en conslusie direct bekend zijn.
numeroniem
Een woord dat is afgekort door een getal te plaatsen voor het aantal letters dat is weggelaten. Veelgebruikte voorbeelden in webontwikkeling zijn a11y (accessibility), i18n (internationalization) en l10n (localization).

O

obfuscatie
Engels: obfuscation. Het verwarren van broncode om deze minder leesbaar te maken, zonder de werking ervan te veranderen. Dit kan soms zorgen voor een extra laag beveiliging (vanuit het beginsel security through obscurity).
objectgeoriënteerd
Een paradigme in programmatuur en dataopslag waarbij een systeem wordt opgebouwd uit objecten. Objecten vormen hierin de koppeling tussen gegevens en bewerkingen die op die gegevens worden uitgevoerd.
obliek
Een lettertypevariant waarbij de letters licht naar rechts (of heel soms naar links) hellen, maar de vorm van de letters verder meer op een romein dan op een cursief gelijken.
onderkast
De typografische aanduiding voor de kleine letters van het Latijnse schrift (zoals a en b). Dit in contrast met de kapitalen (zoals A en B).
ontwikkelomgeving
Een of meerdere werkplekken waar aan een stuk software wordt gewerkt.
overhang
Engels: kerning. Het dichter bijeenschrijven van letters om te zorgen dat alle combinaties van letters optisch zoveel mogelijk dezelfde oppervlakte bestrijken.

P

paketbron
Engels: repository (of kortweg repo). Een opslagplaats voor software en gerelateerde informatie, zoals afhankelijkheden.
parallax
De suggestie van diepte door verschillende lagen in een beeld met verschillende snelheden te laten bewegen. In (web)applicaties kan dit op basis van de muispositie en/of het bewegen van een mobiel apparaat.
petabyte
Duizend terabyte, oftewel 1015 bytes.
phi
Een Griekse letter (φ) die in de wiskunde symbool staat voor de gulden snede — een verhouding die veel terug te vinden is in de natuur en een belangrijke rol speelt in composities in grafisch ontwerp en beeldende kunst.
porte-manteauwoord
Een neologisme dat wordt gevormd door de samentrekking van delen van verschillende bestaande woorden. Wordt ook wel meng-, vlecht- of kofferwoord genoemd.
proceskleur
Een kleur die wordt afgedrukt door de vier standaardprocesinkten — cyaan, magenta, geel en zwart (cmyk) — te combineren.
producteigenaar
Engels: product owner. In de scrummethodiek wordt hiermee de klant c.q. opdrachtgever bedoeld óf een vertegenwoordiger hiervan. De producteigenaar specificeert de gewenste resultaten en sorteert de werkvoorraad op prioriteit.
prosecco
Een Italiaanse mousserende wijn en ons keuzedrankje voor de vrijdagavond (of -middag). Check Prosecco Friday om te zien of het al vrijdag is.
pseudotoevalsgenerator
Bij bepaalde geautomatiseerde of interactieve processen kan het wenselijk zijn willekeur in te bouwen. Denk bijvoorbeeld aan het toekennen van een tijdelijk wachtwoord. Echte willekeur is echter een verraderlijk complex concept en meestal is ogenschijnlijke willekeur voldoende. Dit is waar pseudotoevalsgeneratoren uitkomst bieden.
puntkomma
Engels: semicolon. Een leesteken dat bestaat uit een komma en een punt onder elkaar (;). In Nederlandse tekst zit de betekenis tussen die van een punt en een komma in. In verschillende programmeertalen wordt het gebruikt om het einde van een instructie aan te geven.

R

regeltransport
Ook wel regelafstand genoemd. De afstand tussen de basislijnen van twee regels tekst. Tevens de optelsom van de corpsgrootte en de interlinie.
responsief
Als wij het hebben over responsief (Engels: responsive), dan bedoelen wij een ontwerp (meestal van een website) waarvan de opmaak afhankelijk is van de resolutie waarop het wordt bekeken. Met deze manier van werken kunnen wij ervoor zorgen dat iets goed oogt en leesbaar is op een breed scala van apparaten (van desktop­computers tot mobiele telefoons of zelfs horloges) zonder verschillende versies aan te hoeven bieden.

S

schreef
Een schreef (Engels: serif) is een uitsteeksel dat bepaalde lettertypes op voornamelijk de stokken en staarten van letters hebben. Voorbeelden van lettertypes met schreef zijn Times New Roman, Lexicon en Georgia. Lettertypes die dit níét hebben noemen we schreefloos.
schreefloos
Een schreefloos (Engels: sans serif) lettertype wordt gekenmerkt door het gebrek aan schreven op de letters. Voorbeelden van schreefloze lettertypes zijn Helvetica, Calibri en Verdana.
scrum
Een software­ontwikkel­methode waarbij multidisciplinaire teams in korte sprints — variërend van een week tot een maand — werkende (software)producten opleveren.
skeuomorfisme
Ontwerpelementen die refereren aan materialen of vormen van objecten waarop ze gebaseerd zijn om zo vertrouwen te wekken en de leercurve te verlagen. Denk bijvoorbeeld aan een ringband op een digitale kalender.
spatiëring
De toevoeging of vermindering van witruimte tussen letters of woorden om de leesbaarheid te vergroten en/of om esthetische redenen.
stijlblad
Een stijlblad (Engels: style sheet) beschrijft de presentatie van een digitaal document, zoals bijvoorbeeld een webpagina. Je kunt hierbij vooral denken aan zaken als kleuren, posities en lettertypes, maar bijvoorbeeld ook aan hoe iets moet worden uitgesproken.
staartletter
Een letter waarvan een deel onder de basislijn uitsteekt. In het Nederlands zijn dat normaliter de g, j (en dus ij), p, q en y. Bij een cursieve letter vaak ook de f.
steunkleur
Een speciale, vooraf gemengde inkt die wordt gebruikt in plaats van of in aanvulling op procesinkten. Wordt gebruikt als kleurnauwkeurigheid van groot belang is, bijvoorbeeld bij het weergeven van huisstijlkleuren.
stijlgids
Een publicatie van regels met betrekking tot schrijven. Deze kan een organisatie helpen consistent om te gaan met leestekens en taal.
stokletter
Een letter waarvan een deel boven de x-hoogte uitsteekt. In het Nederlandse alfabet zijn dat normaliter de b, d, f, h, k, l en t.

T

tabelcijfer
Cijfers die op de basislijn staan. Dit in tegenstelling tot mediëvalcijfers. Tabelcijfers zijn vaak even hoog als de kapitalen in een lettertype. Ze worden in het Engels dan ook wel Majuscule numerals (lees: hoofdlettercijfers) genoemd.
taxonomie
Het indelen van dingen in groepen. Groeperen in categoriën, op basis van kernwoorden of op jaartal zijn voorbeelden van taxonomiën.
tekenreeks
Engels: string. Een gegevenstype — ook wel datatype genoemd — dat een reeks tekens kán bevatten. (Als het géén karakters bevat spreken we over een lege tekenreeks of empty string.)
terabyte
Duizend gigabyte, oftewel 1012 bytes.

V

versnellingsmeter
Engels: accelerometer. Een apparaat dat versnelling kan registreren via het traagheidsprincipe. Veel moderne mobiele apparaten gebruiken dit om schudden en vallen te kunnen waarnemen.

W

webbrowser
Een webbrowser (soms afgekort tot browser) is een computerprogramma waarmee webpagina’s kunnen worden bezocht. Populaire webbrowsers zijn Google Chrome, Mozilla Firefox, Safari en Internet Explorer, maar er zijn ook exotischere modellen zoals Links en iBrowseWeb.
webmaster
Ook wel webbeheerder of webmeester genoemd. De persoon die een website beheert.
weeskind
Benaming voor als de beginregel van een alinea op de onderste regel van een gedrukte pagina of tekstkolom staat.
wiki
Een applicatie waarmee webdocumenten door meerdere mensen kunnen worden bewerkt. Een bekend voorbeeld van een wiki is Wikipedia.

X

x-hoogte
Een typografische eenheid die is gebaseerd op de hoogte van de onderkast letter x.

#

12
Wordt veelvuldig gebruikt bij het ontwerpen en ontwikkelen van stramienen. Het laat zich door 2, 3 en 4 delen en hierdoor kun je op een gunstige manier spelen met kolommen in een stramien dat rechttoe-rechtaan is.
16
Het grondtal van het hexadecimale stelsel dat naast het binaire stelsel een grote rol speelt in de informatica. Een byte (8 bits) kan men opbouwen uit twee hexadecimale cijfers; er zijn 256 mogelijke bytewaardes (162). 16 pixels is tevens de standaardcorpsgrootte in webbrowsers.
300
Bij responsief ontwerp is het onbegonnen werk om rekening te houden met de precieze beeldscherm­resoluties van specifieke apparaten. Er is een wildgroei van variaties en factoren die invloed kunnen hebben op de resolutie. Wij werken daarom graag met veelvouden van 300 (vaak van 0 tot 1200) pixels. Dit is makkelijk te onthouden; er is goed een voorstelling bij te maken; en het groepeert op een hele redelijke manier.
1337
De cijfers 1, 3 en 7 hebben visuele overeenkomsten met de letters l, e en t. Zo kan 1337 worden gelezen als leet, wat weer een een verbastering is van het Engelse elite. Het is dus eigenlijk een elitaire manier voor techneuten om het onderling over elitaire zaken te hebben.